Groep van de maand

April 2012: groep 1/2c

Thema Kunst

Maart 2012: groep 5/6

Bezoek aan de Hermitage

 

Februari 2012: groep 7

 

Het theater

Januari 2012 groep 3a

De tandarts in de klas

In groep 3a worden heel wat tanden gewisseld. Wiebeltanden noemen we dat. Veel wiebelen en dan ineens… is je tand eruit. Hoe komt dat eigenlijk? Wat gebeurt er dan precies? En waarom krijgen we eerst melktanden en daarna pas grote-mensen-tanden. Dit vragen de kinderen van groep 3a zich af. Ook zijn bijna alle kinderen weleens bij de tandarts geweest. Dat is soms best wel spannend, maar ook wel leuk. Want aan het einde van het tandartsbezoek, mag je altijd iets kleins van speelgoed uitkiezen. De tandarts gebruikt allerlei instrumenten, maar waar zijn deze eigenlijk voor? De kinderen hebben allerlei vragen over de tandarts en wat hij allemaal doet aan het gebit van de patiënten die langs komen in zijn praktijk.
Woensdag 11 januari is het dan zover. Een echte tandarts komt langs in de klas om antwoord te geven op alle vragen die de kinderen hebben over het gebit en de taken van de tandarts. De tandarts heeft heel veel spullen meegenomen die de kinderen mogen bekijken, aanraken, uitproberen of zelfs proeven. Ze vult zelfs een echt gaatje bij krokie (een krokodil met een gaatje). De tandarts vertelt aan het einde van haar bezoek nog hoe vaak en hoe lang de kinderen hun tanden moeten poetsen op een dag. Zij heeft een hele lange tandenborstel meegenomen met een groot gebit en laat ook nog zien in welke volgorde je je tanden precies moet poetsen.
Nu de tandarts langs is geweest kunnen de kinderen nog beter het spel naspelen in de tandartshoek. Er is een receptionist(e), een tandartsassistent(e), een tandarts en er zijn patiënten die langskomen voor het maken van een afspraak of een tandartsbezoek. Alle tanden en kiezen worden gecontroleerd en er wordt soms zelfs een gaatje gevuld.
Kortom goed poetsen en niet teveel snoepen is belangrijk voor een gezond gebit!

de tandarts laat zien hoe je een gebit van gips maakt

De kinderen mogen een pilletje uitproberen. Het pilletje laat zien of je goed gepoetst hebt, als dat niet zo is, worden je tanden (tandplak) paars of roze.

De tandarts laat de kinderen fluoride proeven. Ze vertelt dat ze dat op de tanden smeert, zodat de tanden sterker worden.

De tandarts laat de kinderen fluoride proeven. Ze vertelt dat ze dat op de tanden smeert, zodat de tanden sterker worden.

Als laatste vertelt ze nog hoe, hoe vaak en hoelang je je tanden moet poetsen.

Ze vertelt waarom de tandarts soms foto’s moet maken van een gebit.

De kinderen maken na het bezoek van de echte tandarts, gelijk een afspraak bij de tandartspraktijk in de klas.

Wachten in de wachtkamer met een boekje.

November groep 4a

Wij bezoeken de OBA!

We gingen in de tram naar de bibliotheek. We kregen daar een rondleiding van Paul. Hij liet ons de uitleenbalie zien.

Ook zagen we allemaal pictogrammen op de boeken. Er stond een heksenmuts op en de mijter van Sinterklaas. Dan kan je zien waar het boek over gaat.

We gingen naar een geheime kamer, daar was een robot. De robot sorteert alle boeken. Toen gingen we eten en drinken in ‘het kinderlab’. We gingen allemaal vragen stellen aan Paul. Hij wist niet hoeveel boeken er in de bibliotheek waren van Paul van Loon, wel honderden zei hij. Hij vertelde ook dat je niet hoeft te betalen voor de bibliotheek tot 18 jaar en dat de bibliotheek open is van 10 uur tot 10 uur in de avond. Toen gingen we helemaal naar boven met zes roltrappen en één gewone trap. Daar was een restaurant en konden we de stad heel goed zien. We konden tot heel ver kijken. We gingen naar beneden met een grote lift, we pasten allemaal in één lift!

Geschreven door Nigel, Anissa, Emanuel, Stella en Tobias.

Oktober groep 8

Onder de snelkoppeling is de bijdrage van groep 8 te vinden.

Magie in Groep 8

Augustus groep 1/2

Thema Jip en Janneke spelen samen.

Dit schooljaar zijn we gestart met een gemeenschappelijk thema.

Het thema van de kinderboekenweek zou dit jaar zijn ‘helden in kinderboeken’.

De kinderboekenweek is de aanleiding geweest voor ons gemeenschappelijke thema.

Voor de kleuterbouw kozen twee groepen voor Jip en Janneke, maar hoe ga je bij kleuters uitleggen dat dat helden zijn.

Van mijn zomervakantie in Suriname nam ik twee catapults mee voor mijn grote zoons. Ik nam dat als voorwerp om het verhaal van David en Goliath nog duidelijker te maken. Het ging natuurlijk over een klein jongetje (David) die zo dapper was om het op te nemen tegen de onaardige reus Goliath en hij kreeg hem ook nog eens tegen de grond. Dan kun je David met recht een held noemen.

De vraag daarna was niet moeilijk te stellen: ‘kennen de kinderen ook helden?’

Het antwoord was ook al niet moeilijk; ‘Spiderman, Mega Mandy, Superman……, maar ja het zou toch leuk zijn om het wat dichter bij huis te zoeken, misschien was je zelf wel een held…., wat doet een held eigenlijk?

De illustratie van David en Goliath werd groot op de muur geschilderd. De kinderen hielpen mee hoe groot de reus moest worden, zijn benen gingen tot het plafond, want in het boek zag je ook alleen zijn benen en helemaal beneden stond David, eigenlijk net zo groot als de kinderen in de klas.  Dus er werd ook meteen gemeten, hoe groot ben jezelf? Er kwamen mooie eigenschappen van een held naar voren:

‘Je kan vliegen, je kan toveren, je bent niet bang’, de teksten werden op de muur  bij David en Goliath geplakt.

Maar ja, hoe nu verder? Heb je misschien zelf een held in een kinderboek, de juffen gaven het goede voorbeeld. Zo had je het kinderboek van ‘Bang mannetje’ die naar het spannende bos ging om aan de toverboom te vragen hoe hij niet meer bang kon zijn. Of het verhaal van Frederick, een muisje dat niet zo prakisch was ingesteld maar wel de andere muisjes blij kon maken met zijn gedichten toen ze niet meer vrolijk waren aan het einde van de winter. De kinderen en ouders vonden het moeilijk om een boek thuis te vinden over helden, dus mochten de kinderen een boek meenemen wat ze heel mooi vonden. En wat bleek…… in ieder boek vonden we wel een held.

Je kunt al een held zijn als je leert lezen, als je als dino goed voor de kleintjes zorgt, als je niet meer verdrietig bent wanneer je vriendin er is, als je bij een vulkaan durft te wonen, als je je durft te wassen, zodat je niet meer stinkt of wanneer je naar school durft als je 4 jaar bent geworden of dat je niet meer bang bent (als welp) als je vader bij je in de buurt is, of wanneer de mensen vrienden worden met de reus (die eigenlijk heel lief bleek te zijn) waar ze eerst bang voor waren…….

Nou dat was nog eens een grote opbrengst en wat ook erg leuk was, was dat juf alleen maar de plaatjes hoefde te laten zien, want ieder kind kon het hele verhaal van zijn eigen boek goed vertellen aan de kinderen van de klas. Zo konden we ons allemaal wel een held voelen over het een of ander.

Daarna begon de juf ineens heel veel verhaaltjes te vertellen over Jip en Janneke en niet alleen in de klas, we gingen ook naar de schoenmaker waar de juf een verhaaltje voorlas over …..juist ja,  ‘Jip en Janneke naar de schoenmaker” . Bij de Turkse winkel vertelde de meneer achter de toonbank een verhaal over Jip en Janneke die naar de winkel gaan. Dat was erg leuk, vooral omdat we ook nog eens een manderijn of banaan meekregen naar school en bij de schoenmaker een ballon. In de klas hadden we al twee huizen gebouwd, het huis van Jip en het huis van Janneke. Ook een heg, waar Jip en Janneke door de heg konden kruipen naar elkaars tuin, maar nu konden we ook een schoenmaker en een Turkse winkel bouwen, zodat Jip en Janneke daar ook heen konden gaan. Jip en Janneke vonden het leuk om elkaar op te bellen. We maakten twee telefoonboeken en zo konden we de cijfers gelijk goed leren. Juf speelde regelmatig moeder of vader van Jip of moeder of vader van Janneke, zodat ze de kinderen goed kon leren wie waar woonde en dat de kinderen geen baby speelden of poes of hond, want de babypop was echt een babypop (poppejans van Janneke) en de knuffelhond en de knuffelpoes waren Takkie en Siepie.

Spelenderwijs leerden de kinderen vader of moeder te spelen of Jip of Janneke en dat er goed gezorgd werd voor de kinderen. Eigenlijk hadden we het helemaal niet meer over helden……. of toch wel…?

Zijn Jip en Janneke ook helden?

‘Jaha’, zei Rivilinho overtuigd:”Ze spelen samen” en daarmee was alles gezegd. Je bent een held als je goed samenspeelt en werkt.  Hoe mooi kun je een schooljaar beginnen met een nieuwe groep met allemaal kinderen die elkaar moeten leren kennen en ook nog eens de juf.

Conclusie: Jip en Janneke zijn helden, Jip en Janneke spelen samen en omdat Jip en Janneke zo’n groot succes zijn geweest, blijven ze in de klas tot het eind van dit jaar. Hoe makkelijk kan het zijn?  ‘Jip en Janneke vieren feest”, dat lijkt me geen probleem in deze tijd van het jaar, de lampionnen zijn al in de maak.

Groetjes Henriette.

Reageer

*